Op weg naar de top

VeulenHet eind van het fokseizoen nadert en de Nederlandse paardensector kijkt uit naar de volgende lichting van topsportpaarden. In de afgelopen jaren heeft Nederland behoorlijk succes geboekt, zowel op gebied van succesvolle paard-ruiter combinaties, maar vooral ook op gebied van succesvolle Nederlands gefokte paarden: in de disciplines dressuur en springen staat Nederland al een aantal jaren op nummer één.

Hoe wordt een genetisch veelbelovend veulen eigenlijk een toppaard? De weg naar de top is lang, en de vraag is of uitzonderlijk talent voldoende is. Als dit echt zo zou zijn, zouden wij alleen maar paarden zoals Totilas, Parzival, Taloubet Z of Hickstead hoeven te klonen, en dan hadden we in één klap de beste paarden ter wereld voor de Olympische Spelen in 2028 al beschikbaar. Maar het opvoeden van jonge paarden, hun huisvesting, voeding, training en uitbrengen in de sport speelt ook een zeer grote rol en is nogal ingewikkeld. Kennen we alle factoren die een rol spelen in de voorspelling van toekomstig toptalent en wat weten we eigenlijk van al deze factoren?

Als eerste moet een paard fysiek in staat zijn om de sport aan te kunnen. Beweging, kracht, vermogen en gezondheid zijn vanzelfsprekend pré, en deze worden voor een wezenlijk deel genetisch bepaald. Fokkerijdeskundigen hebben een grote hoeveelheid aan genetische data, b.v. fokwaarden, beschikbaar om te schatten hoeveel ‘talent’ een veulen of jong paard heeft meegekregen. Zodra er naast de afstamming- ook sportgegevens beschikbaar komen, zoals eigen prestatie en prestatie van kinderen, kan de schatting van die ‘genetische kwaliteit’ steeds betrouwbaarder worden.

Maar hoe zit het met de overige factoren? Paarden moeten de fysieke talenten hebben, maar ook moeten zij de intensieve training en prestatie op wedstrijd mentaal aan kunnen. Paarden moeten mentaal ‘fit’ zijn. Maar wanneer is een dier mentaal fit? Een belangrijke voorwaarde is dat het in staat is om zich zodanig aan te passen aan de omstandigheden, dat er minimaal aan zijn essentiële behoeften voldaan wordt. Paarden kunnen zich heel goed aanpassen aan zeer diverse omstandigheden; dat is ook de reden dat wij paarden zo goed hebben kunnen inzetten voor uiteenlopende doelen: transport, oorlogvoering, sport en recreatie. Wanneer aan basale behoeften van paarden tegemoet wordt gekomen, zijn ze mentaal fit, en kunnen we veel van ze vragen.

Paarden zijn obligate kuddedieren, een basale behoefte is daarom (fysiek) sociaal contact met soortgenoten. Vooral jonge paarden leren hun (sociale) gedrag in het groepsverband. Verder is het spijsverteringssysteem ingesteld op kleine, bijna constante hoeveelheden van gras, hooi of andere vezels. Een basale behoefte is dus een bijna constant gevuld maagdarmkanaal met vezelrijk eten. Wetenschappers op gebied van paardengedrag hebben laten zien dat paarden die regelmatig vrij kunnen bewegen, vaak fysiek sociaal contact met anderen paarden hebben en voldoende vaak structuurrijk rantsoen krijgen minder snel gestrest raken en ook minder vatbaar zijn om bijvoorbeeld stereotiep gedrag of stalondeugden te ontwikkelen.

Ook wat betreft training en het beleren van paarden kan er veel gewonnen worden.Vooral bij het jonge paard is het van groot belang dat het gewenste gedrag onmiddellijk wordt beloond: of door een liefkozend woord en een krabbel aan de hals (positieve bekrachtiging) of het verwijderen van (vooral kuit- of teugel-) druk. Gebeurt dit niet, leert het paard minder snel of nooit wat ‘goed lopen’ betekent, en wordt het gauw afgedaan als ‘moeilijk’ – terwijl het in zo’n geval juist de ruiter is die minder goed communiceert.

Tekst: ISES

Reageer
Discussie zien we graag op Horses, maar wel met respect voor elkaar. Wij vragen daarom om onder volledige naam te reageren. Reacties zonder naamsvermelding worden verwijderd. Om de toegankelijkheid en leesbaarheid van de discussie te bevorderen geldt een maximale reactielengte van 400 woorden. Lees hier alle voorwaarden.