Olympisch jurylid Ghislain Fouarge voorziet dat tijdens de Olympische Spelen de meeste concurrentie voor Nederland en Duitsland uit de Deense of Engelse hoek komt. „In Engeland wordt hard aan de weg getimmerd, uiteraard al met het oog op de volgende Spelen die in 2012 in Londen zullen zijn, maar wellicht zijn de Engelsen nu al gevaarlijk. De Deense Andreas Helgstrand zat Anky al eerder dicht op de hielen met de opvallende schimmel Blue Hors Matiné. Zweden heeft goede paarden en trainers, dus ook die ruiters zullen zeker een gooi doen naar de prijzen. Van Spanje verwacht ik weinig, hun paarden worden te oud. Datzelfde geldt momenteel voor de Zwitsers en de Fransen.”
Continuïteit
Ze hebben het geld, ze hebben de paarden. Waarom lukt het landen als Colombia, Brazilië, Japan, Korea of bijvoorbeeld Australië dan toch niet om een vuist te maken tussen de witte hekjes in de internationale dressuurwereld? „Ze missen de achtergrond en de concurrentie om zich aan op te trekken”, denkt Fouarge. De belangstelling voor dressuur neemt wel toe in exotische landen. Een grote vlucht neemt die echter nog niet. Dressuur is een specialistische sport voor de (welgestelde) liefhebbers en die zijn er niet veel in arme delen van de wereld. In exotische landen is het vinden van goed voer en een hoefsmid die naar onze maatstaven werkt al een hele toer. Het is er gewoon niet.”
Niveau
Om mee te mogen doen aan de Olympische Spelen moet twee keer 64 % worden gescoord in de Grand Prix bij twee verschillende O-juryleden. Sommige aspiranten reizen daarvoor stad en land af. Ze gaan bij voorkeur naar de kleinere concoursen, in de hoop dat ze in een minder sterk deelnemersveld milder worden beoordeeld. Er zijn er die zich in het hol van de leeuw wagen, door mee te doen in Duitsland of Nederland. Meestal zijn ze onderaan het klassement terug te vinden met een score van rond de 60 %. Rijden ze dan zo slecht? Nee, eigenlijk niet eens. Maar het is gewoon niet goed genoeg in vergelijking met het hoge niveau dat in Europa gangbaar is geworden.
Voorlopig lijkt het gevaar niet direct uit het zuiden te komen. Toch doet de FEI z’n best om het niveau ook in armbedeelde landen op te krikken, bijvoorbeeld met de World Dressage Challenge.
