Antwoord Dierenkliniek Emmeloord
In Nederland hebben de eigenaren de mogelijkheid om tegen verschillende aandoeningen te vaccineren. De keuze om te vaccineren en voor wat is afhankelijk van situatie tot situatie.
Eigenaren met een paard dat niet op wedstrijd wordt uitgebracht zijn wettelijk niet verplicht om hun paard te enten. Paarden die wel op wedstrijd uitgebracht worden moeten goed gevaccineerd zijn tegen influenza. Dit houdt in dat ze minstens een goede basisenting gekregen hebben, 2 entingen met 21 to 92 dagen tussentijd, en daarna in ieder geval elk jaar gevaccineerd worden. Voor paarden die meelopen in internationale FEI wedstrijden is het nog iets stricter. Deze paarden moeten een goede basisenting voor influenza hebben gekregen, binnen de zes maand een booster en op het moment dat ze op wedstrijd komen mag de laatste enting niet ouder dan zes maand en drie weken zijn.
De vaccinaties voor influenza worden in heel veel gevallen gecombineerd met de vaccinaties voor tetanus, zodat bij de meeste paarden dit ook in orde zal zijn. Het is belangrijk de entingen voor tetanus te controleren op het moment dat het paard een wond heeft of dat op het moment dat het paard een chirurgische ingreep ondergaat. Indien de entingen dan niet in orde zijn moet een extra bescherming gegeven worden in de vorm van een injectie met tetanus-serum. Dit serum zorgt niet voor een actieve opbouw van antistoffen (zoals de enting wel doet) maar geeft het paard wel een extra bescherming tijdens een risicovolle periode.
De volgende aandoening waartegen men kan vaccineren is rhinopneumonie. In hoeverre het mogelijk is om paarden te beschermen tegen rhinopneumonie hangt af van de vorm. Het is in ieder geval aan te raden om alle paarden op een bedrijf te enten om zo de hoeveelheid virus die op een stal rondgaat tot een minimum te beperken. Enten voor de verkoudheidsvorm is redelijk betrouwbaar en moet minstens 2 maal per jaar gebeuren na een goede basisenting (2 maal enten met 4 tot 6 weken tussen). De abortusvorm is veel moeilijker. Merries kunnen ondanks een goede enting toch nog aborteren. Voor de meest optimale bescherming moet je ,naast een goede basisenting, merries in de 5e, 7e en 9e maand van de dracht enten. Tegen de neurologische vorm van rhinopneumonie geeft een vaccinatie ook geen volledige bescherming, maar lijkt bij uitbraken wel het aantal ziektegevallen te verminderen.
Er bestaat een vaccin tegen droes. Dit biedt ook geen volledige bescherming maar kan eventueel de infectiedruk verlagen. Dit vaccin wordt niet in de borstspier toegediend maar moet in bovenlip worden gegeven.
Een nieuwere ziekte waar we ook rekening mee moeten houden is het West-Nijl virus. Vooral bij paarden die vaak naar andere landen reizen, en dan met name landen waar het West-Nijl virus ook effectief voorkomt, is het aan te raden om ze te laten enten. In Nederland komt de ziekte op dit moment nog niet voor. De basisenting bestaat uit twee entingen met 3 tot 5 weken tussentijd, daarna moet er ieder jaar gevaccineerd worden.
Mijn advies zou zijn om in ieder geval de paarden goed te enten voor Influenza en Tetanus. De vaccinatie voor Rhinopneumonie zou ik laten afhangen van de situatie waar het paard gestald is en in ieder geval overleggen met de eigen dierenarts. West-Nijl virus raad ik voorlopig enkel aan bij paarden die internationaal op wedstrijd gaan.
Evy de Brabander, dierenarts van Dierenkliniek Emmeloord.
Klik hier voor alle artikelen van Dierenkliniek Emmeloord.