Het boekje van Xenophon

Xenophon

Op vakantie in Griekenland, bijna letterlijk in de 2.400 jaar oude voetsporen van Xenophon, las ik de Nederlandse vertaling van diens instructieboekje Peri hippikes (‘Paardrijden’). Xenophon stond al heel lang hoog op mijn verlanglijst, maar toen de Duitse vereniging tot behoud van de klassieke rijkunst zich naar de Griekse filosoof, soldaat en schrijver had vernoemd, brandde ik werkelijk van verlangen om zelf poolshoogte te nemen. Laaft de club van toptrainer Klaus Balkenhol en O-jurylid Bernard Maurel (en in hun kielzog alle aanhangers van de klassieke rijkunst) zich inderdaad aan de enig juiste bron van opperleermeester Xenophon? En betekent dit dat alle andere ruiters en instructeurs op het verkeerde spoor zitten?

Aan grote delen van Xenophons tekst is goed te merken dat het paard 2.400 jaar geleden op de eerste plaats oorlogstuig was. De draf diende alleen om aan te springen in galop. De oude Grieken zaten recht op hun paard, met de benen recht naar beneden en de dijen strak aangesloten aan het paard, op de blote rug of alleen op een deken die met een touw om de buik of voor de borst was vastgemaakt. Zo was de Griekse soldaat altijd gereed om zijn speer te werpen.

Heel diervriendelijk ging het er in Athene en Sparta niet aan toe. Xenophon wijst zijn lezers erop dat je je paard altijd moet muilkorfen, bij het poetsen, opzadelen en ook als je na het rijden je paard laat rollen in het zand. Meermalen blijkt dat de Grieken hun paarden eerder zagen als een gevaar dan als een vriend. Dat kan ook te maken hebben met het feit dat ze uitsluitend op hengsten reden. Merries waren minderwaardig.

Griekse ruiters konden kiezen tussen bitten met of zonder ringen in de mond van het paard, maar in alle gevallen was het ijzerwerk voorzien van tanden of ribbels. Geen volk op aarde had scherpere bitten dan de Grieken.

Toch wordt Xenophon terecht als de profeet van horsemanship en paardvriendelijkheid gezien. De Griekse schrijver geeft af op hen die willen pronken door hun paard in de mond te rukken terwijl zij het de sporen geven. Xenophon schijft: ‘Indien men het paard leert gaan met zacht gespannen teugel en de hals hoog leert dragen en van het hoofd af welven, dan zal men bewerken dat het paard zodanige dingen doet waarin het zelf genoegen heeft en waarop het trots is.’

Peri hippikes is een curieus boekje, het geschrift van een pure paardenman, die zich niet afzette tegen laag, diep en rond, maar tegen slecht paardrijden.

Dirk Willem Rosie, hoofdredacteur (d.rosie@eisma.nl)
Deze column verscheen dinsdag 11 september in De Paardenkrant.

 

Reageer
Discussie zien we graag op Horses, maar wel met respect voor elkaar. Wij vragen daarom om onder volledige naam te reageren. Reacties zonder naamsvermelding worden verwijderd. Om de toegankelijkheid en leesbaarheid van de discussie te bevorderen geldt een maximale reactielengte van 400 woorden. Lees hier alle voorwaarden.
3 reacties op Het boekje van Xenophon
  1. 1

    Dat Rosie nog al eens een verkeerde schaats m.b.t. tot de rijkunst rijdt, valt hem niet kwalijk te nemen. Met dat manco is praktisch het hele hippisch journaille behept en van de FEI-regels heeft men bij dit clubje al evenmin veel begrepen.
    Maar dat hij Xenophon, 2400 jaren nadien, een buitengewoon twijfelachtige uitspraak in de mond probeert te leggen, lijkt meer op een grove geschiedsvervalsing en riekt naar manipulatie.
    Wat Rosie kennelijk nog steeds niet begrijpt, is dat de LDR-methode niet meer dan een barbaarse, foceermethode is die haaks op het anatomisch en natuurlijke functioneren van het skelet staat.
    Derhalve pleit Xenophon er ook voor ….”om het paard met een zacht gespannen teugel te rijden en de hals hoog leert dragen en van het hoofd af welven, dan zal men bewerken dat het paard zodanige dingen doet waarin het zelf genoegen heeft en waarop het trots is”.
    In de geforceerde LDR-methode heeft het paard in elk geval zelf, met de zichtbaar angstige ogen en een dichtgeknepen luchtpijp, geen genoegen omdat deze brute methode een forse inbreuk op zijn natuurlijke bewegingsproces is en met de rijkunst niets van doen heeft.
    Dat had Xenophon 2400 jaar geleden al begrepen en Rosie nog steeds niet.

  2. 2

    Ik heb exact dezelfde gedachten en ik zou in herhaling vallen, daarom sluit ik me geheel aan bij de woorden van Karel de Lange.

  3. 3

    Uiteraard ben ik het voor een groot deelmet de heer de Lange eens. Ik kan echter nergens in het stukje ontdekken dat de heer Rosie het heeft over LDR-methode.
    Of ligt dat geheel aan mijn eigen wijze van lezen?